Hoe pijn je verder brengt

Er moest bij mijn zoon een splinter uit z’n voet. Het was maar een kleintje en blijkbaar zat hij er al even. Iets maakte echter dat het ding nu zo irriteerde, dat het lopen hem te veel bemoeilijkt werd. En dus moest de splinter uit de voetzool gepeuterd worden.

Dat peuteren moest met iets scherps, en het deed dus pijn. Eerst een beetje, toen erg, toen heel erg. Het is niet fijn om als vader op die manier je zoon pijn te zien hebben, of beter gezegd: pijn te doen. En ik wist tegelijkertijd dat ik ermee door moest gaan, want hij moest er vanaf.

Het tegenstrijdige, maar tegelijkertijd mooie hiervan viel me kort daarna in: je weet dat het goed is dat hij door die pijn heengaat, dat je hem zelfs als beste helpt door hem nog iets meer van die pijn te bezorgen. Omdat het daarna goed en verholpen zal zijn.

Hij was er niet mee geholpen geweest als ik met hem mee was gaan huilen, of zelfs was gestopt met de ingreep en me in plaats daarvan op het troosten had geconcentreerd. ‘Het beste met iemand voor hebben’ betekent soms ook dat je met hem of haar een pijnlijk proces door wilt gaan.

We schrikken echter van nature vaak terug voor confrontaties die zeer doen en schuren, met anderen of in onszelf. We zoeken liever het pseudo-conform van ‘laat die splinter nog maar even zitten’, terwijl de pijn en het ongemakkelijke ‘lopen’ zo juist in stand blijft of verergert.

Ik denk dat dit komt omdat we op het verkeerde focussen. We zijn volop bezig met de (tijdelijke) pijn van het proces dat voorligt en zijn daarom beïnvloedbaar door de emotie die eruit voortkomt. Door je echter te richten op de gewenste eindsituatie waar we naartoe willen, kun je de emotie die dáárbij hoort juist gebruiken om het proces om er te komen, te verlichten. En om gemotiveerd te blijven om door te gaan als het lastig wordt. Als het pijn gaat doen.